Short fillers

Denk aan merken als Ritmeester, Hajenius, Olifant, en dergelijke

Short Fillers dienen niet vochtig gehouden te worden (hoewel vaak anders beweerd wordt), hoeven vaak niet geknipt te worden en hebben een andere smaak dan Long-Fillers.
Een short-filler is het beste gebaat bij een luchtvochtigheid van ongeveer 65%.

Formaten

Het aantal modellen is tegenwoordig bijzonder groot. We zullen proberen om enige orde in de chaos aan te brengen. Om te beginnen de basisvormen: rechte, cylindrische sigaren:

  • Cigarillo of Sprietje:
    meestal minder dan 10 mm dik en rond de 11 centimeter lang. Moet heel rustig gerookt worden om niet te scherp te smaken. Meestal wordt er veel Java-tabak in verwerkt, niet zo veel Brasil en slechts een paar procent Havana. Meer (zware) Havana zou de sigaar veel te scherp maken. Rookduur is meestal tussen de 10 en 20 minuten. Er zijn ook Brasil sprietjes met een hoog gehalte Brasil-tabak. Deze smaken weer heel anders.
  • Senoritas:
    tussen de 10 en 12,5 mm dik, meestal 9 tot 12 cm lang. Het meest gerookte model in Nederland. Rookduur is meestal tussen de 20 en 30 minuten. Langer dan 12,5 cm wordt het een panatella genoemd. Door de grotere afmetingen laat een senoritas een wat zwaardere melange toe. Deze sigaar heeft waarschijnlijk verder geen introductie nodig.
  • Corona:
    hét model voor een after-dinner sigaar. Een dikte van 12,5 tot soms meer dan 20 mm, een lengte van ongeveer 8 tot meer dan 20 cm. De rookduur van een groot model kan de twee uur overschrijden. Over een gemiddeld model doet u ongeveer 45 tot 60 minuten. Door de grote diameter een zeer volle smaak, door de grote lengte is de sigaar zijn eigen filter, waardoor hij toch zacht van smaak blijft, ook bij een samenstelling van zware tabakken.
  • Bolknak:
    Een uitvinding van Ritmeester’s Jochem van Schuppen in 1933 als variant van de “knak”, een model dat men nu “tuitknak” noemt. Iedere Nederlander kent dit model. Hoewel de bolknak tegenwoordig het image heeft van de “opa-sigaar”, zien we sinds kort weer nieuwe bolknak-modellen op de markt komen. Door zijn grotere dikte en doordat hij aan het vuureinde dicht zit en dus niet snel kan uitdrogen, is dit eigenlijk één van de beste modellen.
  • Tuitknak:
    daar waar de bolknak extra dik is, loopt de tuitknak uit in een dun, spits puntje. Bij het aansteken proeft men bijna puur dekblad, vaak het beste deel van de sigaar. Momenteel een populair model, terwijl het eigenlijk ouder(wetser) is dan de bolknak!
  • Verder zijn er tegenwoordig nog heel veel andere modellen, die meer of minder vreemd aandoen. In Cuba maakt men bijvoorbeeld sigaren die per drie in elkaar gevlochten worden, de zogenaamde Culebras (spaans voor “slangen”). Onder de merknaam “Dublin” kochten wij eens sigaren in de vorm van een pijp. Afkomstig van de Filipijnen zijn sigaren die vierkant geperst en taps toelopend zijn, waarbij men echter het dikke eind in de mond moet houden. Traditionele sigaren uit het Italiaanse Toscane zijn in het midden dikker dan aan de uiteinden en moeten in tweeën gesneden worden zodat men twee tapse sigaren verkrijgt. Er bestond echter vroeger ook een dergelijk model, dat men “torpedo” noemde en niet in tweeën moest worden gesneden. Verwarring alom dus. Het zij de mensen die een tuitknak bij de tuit in de mond nemen en het mondstuk aansteken dus vergeven. Wanneer het dekblad, dat immers alleen bij het mondstuk gelijmd zit, begint af te rollen zullen ze vanzelf hun fout wel inzien….

Fabricage

De sigaar bestaat uit versneden tabak, het zogenaamde binnengoed, waaromheen het omblad wordt gerold, een voorbewerkt tabaksblad. Dan heeft men een zogenaamde pop (Z.Ned) of bosje (N.Ned). Hieromheen wordt dan het dekblad gewikkeld, waarna de sigaar compleet is.

De gebruikte tabak werd bevochtigd en het binnengoed werd in het omblad gerold tot een model dat pop werd genoemd. Dit geschiedde in een sigarenmal die bestond uit twintig schuitjes. Vijf gevulde vormen (honderd poppen) werden in een pers gelegd en twee uur lang gedroogd. Daarna werden de poppen een kwartslag gedraaid om naadvorming te voorkomen, dit was het poppendraaien. Als de pop in model was, werden de uitstekende delen afgesneden en hergebruikt in nieuw binnengoed. De pop werd nu handmatig van een dekblad voorzien, dat een kwart of een zesde van een Sumatra-tabaksblad was, dat spiraalsgewijs van het vuureind tot achteren om de pop werd gedraaid. Aangezien de zij-nerven vanuit de hoofdnerf gezien naar links en rechts uitwaaieren en deze zo weinig mogelijk zichtbaar moeten zijn, wordt een sigaar “links” en “rechts” opgedekt. Soms werd de sigaar nog bewerkt door hem onder een blokje te rollen om zo de spanningsverschillen, die zijn ontstaan tijdens het handmatig opdekken, te minimaliseren. Als de sigaar gereed was, ging hij naar de sorteerderij. Daar werden de sigaren door speciale vakmensen op lange tafels gesorteerd op kleur, dit gebeurde in ruimten die werden voorzien van daglicht vanuit het noorden. Dan werden de sigaren geperst en voorzien van een code, om vervolgens enkele dagen in de droogkamer te drogen. Vervolgens werden ze voorzien van het bandje en verpakt in kisten, waarbij de bovenste laag sigaren, de spiegel, een zeer egale kleur moest tonen.

Om gebruik te maken van deze site moet u 18 jaar of ouder zijn!

Verifieer hier uw leeftijd: